waarom noemde NRC de volledige naam?

Waarom is de kunstenaar met naam en toenaam genoemd in het artikel in NRC? Op die vraag van Heske ten Cate tijdens het debat ‘We moeten praten’ in Het Nationale Theater op 24 november geeft Carola Houtekamer antwoord. Houtekamer is journalist van NRC en co-auteur van het artikel.

Heske ten Cate: “Een veel ander gestelde vraag die is binnengekomen gaat hierover, namelijk dat het gangbaar is, normaal, maar correct me if I’m wrong, in de journalistiek, dat als een verdachte nog niet veroordeeld is dat die, nou ja, we kennen allemaal Volkert van der G., Lucia de B., Ridouan T. om maar even wat rijmende achternamen te noemen, ehm. En deze persoon is met voor- en achternaam in de krant gekomen, alsmede de mensen die betrokken zijn geweest zijdelings, een galeriehouder, een plek waar die tentoongesteld heeft om maar even twee mensen te noemen. Vanwaar die keuze om, het is toch een journalistieke keuze die wel gevolgen heeft.”

Het debat met de twee auteurs van het artikel, Lucette Ter Borg (l) en Carola Houtekamer (r)

Carola Houtekamer: “We hebben daar echt goed over nagedacht.  Er zit ook iets criminaliserends in iemand met een initiaal noemen, hè. Dus het is ook niet iets wat je helemaal gratis kan doen, maar we weten niet of (..) op dit moment officieel verdachte is. Dat wil het OM niet vertellen, het Openbaar Ministerie. Dus dat was één.” 

Dit is natuurlijk geen antwoord op de vraag waarom de kunstenaar met naam en toenaam wordt genoemd. Houtekamer beschrijft hier waarom er niet gekozen is voor het vermelden van alleen de initialen. Er had ook gekozen kunnen worden voor het niet benoemen van zowel de initialen als de volledige naam. In het vergelijkbare artikel over de docent Frans aan de Universiteit van Amsterdam in NRC van 16 december werden bijvoorbeeld beide achterwege gelaten. 

Carola Houtekamer: “Dan is er nog een andere reden. Hij exposeerde heel vaak met twee vrienden en we wilden zeker weten, je hebt ook de verantwoordelijkheid om hen niet aan te wijzen als mogelijke aanstichter van al dat kwaad. Dus je, nou ja, je moet ook hen beschermen door de ander dan wel te noemen. Dat was een overweging.” 

Een opmerkelijke redenering. Het onnodig beschuldigen van de andere twee kunstenaars kan pas plaatsvinden nadat NRC er zelf voor kiest te vermelden dat de kunstenaar onderdeel uitmaakte van dit trio. Dat hadden de journalisten evengoed weg kunnen laten. 

Carola Houtekamer: “Dan is nog een overweging dat de realiteit is dat GeenStijl ongeveer dertig seconden nodig heeft om uit te zoeken wie het wel is.” 

Dat GeenStijl zou kunnen achterhalen om welke kunstenaar het gaat is geheel afhankelijk van de informatie die NRC zelf vermeldt. Dit is dus te voorkomen.  

Carola Houtekamer: “Dus als je werkelijk gemotiveerd bent om iemand te anonimiseren, dan moet je verder gaan dan alleen zijn achternaam weghalen. Dan moet je ook een heel ander artikel schrijven.” 

Dat is juist. Het wordt echter nog steeds niet duidelijk waarom hier niet voor gekozen is. 

Carola Houtekamer: “Daar hadden we weer andere overwegingen voor om het wel heel gedetailleerd te doen. Dus het is je, je kunt niet iemand heel zijn leven uitspitten en dan zeggen: o, maar we zijn NRC, we zijn heel chic en benoemen wel niet zijn achternaam, maar verder één Google klik kun je hem wel vinden. Dat is ook een overweging en bovendien had hij wel een zekere, of heeft (..) wel een zekere positie binnen de kunstwereld, hij heeft publiek geld ontvangen, hij heeft een zekere naam, en dan is het ook, dan kun je zeggen: iemand met een publieke functie, ook het stijlboek van NRC zegt daarover: die noemen we met naam. En dat zijn natuurlijk altijd afwegingen, die zijn niet in steen gebeiteld, maar samen opgeteld dachten we, plus de ernst en de duur van de beschuldigingen, dachten we nou, dit is gepast om hem nu bij naam te noemen.” 

Omdat het argument dat de kunstenaar een publieke functie zou hebben mij maar een vreemde constructie lijkt, vroeg ik aan dr. Jeroen Boomgaard, Lector Art&Public Space, Gerrit Rietveld Academie, Amsterdam, hoe hij hiernaar kijkt.

dr. Jeroen Boomgaard: “Een kunstenaar heeft geen publieke functie, want dat zou een door de overheid betaalde en bepaalde functie zijn waarin iemand het publiek vertegenwoordigt, de minister-president bijvoorbeeld. De kunstenaar is wel een publiek figuur, omdat hij een zekere bekendheid geniet, maar dat is heel iets anders.”

Comments are closed.
* required

This is a unique website which will require a more modern browser to work! Please upgrade today!