Samenvatting

De rubriek NRC Cancelcultuur is een poging om te informeren over onderbelichte zaken rond de publicaties over een beschuldigde kunstenaar. Deze kunstenaar werd in oktober 2020 met naam en toenaam in de krant genoemd als schuldig aan mishandeling, aanranding en verkrachting. Reden om dit te scharen onder cancelcultuur is het feit dat de kunstenaar hierdoor zonder vorm van proces verstoten is uit de kunstgemeenschap en zijn goede naam, werk en inkomen verloor. Anders gezegd is de kunstenaar door toedoen van NRC “geboycot omdat die zich sociaal verregaand ongewenst zou hebben gedragen of geuit (1)“.

Hoofdpunten

NRC heeft zich aangaande deze casus gediskwalificeerd als onafhankelijke, betrouwbare bron door 

a) onomwonden partij te kiezen

b) het lezerspubliek doelbewust cruciale informatie te onthouden

c) gedeelten in online artikelen stilzwijgend aan te passen

d) onjuist gebleken informatie aan te passen, maar hier geen melding van te maken

e) onjuist gebleken informatie toch te herhalen

a) partij kiezen
Als gezegd heeft NRC in de kwestie tussen de kunstenaar en zijn vermeende slachtoffers partij gekozen. De krant heeft niet alleen verslag gedaan van de beschuldigingen, maar deze volgens zichzelf – voor niemand anders controleerbaar – onderbouwd met bewijs. Daarmee claimt NRC dat de beschuldigingen kloppen en dus dat de kunstenaar schuldig is. Verder heeft NRC wél de vermeende slachtoffers beschermd door hen te anonimiseren, maar de kunstenaar met naam en toenaam genoemd. De krant kan zich dus niet verschuilen achter de stelling dat het slechts de beschuldigingen weergegeven heeft en daarbij zelf onpartijdig zou zijn. 

Omdat de krant partij gekozen heeft, heeft het daarmee ook iets te verliezen. Alle informatie die afdoet aan het eigen standpunt van NRC doet afbreuk aan de gekozen positie van de krant. En dat is nu juist een situatie die kranten normaal gesproken willen vermijden. Had NRC in deze zaak geen partij gekozen, dan waren bepaalde fouten niet gemaakt. En als er al fouten waren gemaakt zou het niet zo ingewikkeld geweest zijn om die te erkennen en te herstellen. In plaats daarvan is helder dat NRC op meerdere momenten angstvallig het eigen gelijk heeft willen bevestigen. 

b) cruciale informatie doelbewust onthouden
NRC heeft onbenoemd gelaten dat het Openbaar Ministerie meermaals heeft ontkend wat de krant heeft geclaimd. Namelijk dat dankzij NRC het juridisch proces pas vaart heeft gekregen. Gebleken is echter dat de vermeende slachtoffers, nadat zij te horen kregen van justitie dat het onderzoek naar de kunstenaar nog geruime tijd (minstens een jaar) in beslag zou nemen, naar NRC zijn gestapt omdat dit hen te lang zou duren. De volgorde is dus precies andersom: eerst was er de start van het onderzoek door justitie en pas daarna is NRC zich ermee gaan bemoeien. 

Verder is door de krant niet gemeld dat twee docenten van de Koninklijke Academie van Beeldende Kunsten (KABK), die in de eerste publicatie samen met de kunstenaar beschuldigd werden van grensoverschrijdend gedrag, na nader onderzoek vrijuit gingen. Had NRC niet zelf partij gekozen, zou dit ook niet afdoen aan het eigen gelijk en zou de krant dit nieuwsfeit het lezerspubliek ook niet hebben onthouden.

c) gedeelten in teksten stilzwijgend schrappen
In het vervolgartikel op de eerste publicatie in NRC getiteld “Justitie begint strafrechtelijk onderzoek naar beeldend kunstenaar” (6/1/’21) wordt de advocaat van de kunstenaar, mr. Peter Plasman, in een kwaad daglicht gesteld. “Plasman is – tot de twee eventueel samen in een fractie zitten – tevens de advocaat van (Richard, red.) De Mos, die door het OM wordt verdacht van schending van het ambtsgeheim, corruptie en deelname aan twee criminele organisaties.” 

Ook hieruit blijkt weer dat NRC door de eigen gekozen positie te verdedigen zich blijkbaar genoodzaakt ziet de tegenpartij, die van de kunstenaar, te belasteren. In plaats van onafhankelijk verslag te doen van alle ontwikkelingen. Aangezien zijn politieke ambities niets te maken hebben met het feit dat mr. Plasman de verdediging van de kunstenaar op zich heeft genomen, bekritiseerden anderen en ook ikzelf deze kwalijke verdachtmaking aan zijn adres. 

Bij het herlezen van dit artikel in april 2021 merkte ik op dat deze zin uit het artikel verdwenen was. NRC had dus stilzwijgend een gedeelte van de tekst geschrapt, precies dat gedeelte waar anderen en ik zo fel tegen hadden geageerd. Wat overbleef was de tekst: “Hij (Plasman, red.) is nummer twee op de lijst van Code Oranje, de politieke partij waarvan de voormalige Haagse wethouder Richard de Mos lijsttrekker is.”

Omdat NRC hier geen melding van heeft gemaakt, bijvoorbeeld door middel van een rectificatie, en dus zonder medeweten van de lezer delen uit deze tekst heeft verwijderd, is niet te achterhalen of de krant dit ook gedaan heeft met andere artikelen over het onderwerp. Een journalistieke doodzonde, welke op zichzelf al het gehele NRC-dossier hierover onbetrouwbaar maakt. 

d) onjuist gebleken informatie aanpassen, maar niet melden
In een vervolgartikel is over de kunstenaar beweerd dat hij al eens eerder veroordeeld was, terwijl dit niet het geval is. Het gaat hier duidelijk niet om een futiliteit, maar om een ernstige aantijging waarmee de kunstenaar nog meer verdacht gemaakt is dan NRC daarvoor al had gedaan. Na een van beide journalisten hierover benaderd te hebben op Twitter, gaf deze de fout toe en werd de informatie aangepast in het online NRC-artikel.

Echter, de krant heeft ook deze fout niet publiekelijk gerectificeerd. Dit betekent dat iedereen die het artikel voor de aanpassing gelezen heeft nog steeds ervan overtuigd moet zijn dat de kunstenaar al eens eerder veroordeeld is. Daarmee valt dit voorbeeld ook deels onder punt b), oftewel het doelbewust onthouden van cruciale informatie aan de lezer. 

Daarnaast is over de directeur van een kunstinstelling in een vervolgartikel ten onrechte beweerd dat hij vanwege de eerste publicatie in NRC ontslagen zou zijn. In een daaropvolgende publicatie heeft de krant deze beschuldiging niet nadrukkelijk ingetrokken, maar ervan gemaakt dat de positie van de directeur ter discussie zou hebben gestaan. En ook niet aangetoond op welke manier dit met de eerdere publicatie in NRC te maken zou hebben. 

e) onjuist gebleken informatie toch herhalen
De ombudsman van NRC gaat in zijn reactie op de eerste publicatie de fout in wat betreft punt b). Nadat ik hierop aandrong heeft hij navraag gedaan bij het OM en dit vervolgens gerectificeerd. Desondanks is de claim in vervolgartikelen en door een van beide journalisten op sociale media daarna nog meerdere keren herhaald als ware het een onweersproken feit. 

Dit punt is een van de pijlers onder de eerste publicatie en geldt als rechtvaardiging voor het noemen van de volledige naam van de kunstenaar. Immers, omdat politie en justitie laks zouden zijn geweest, was NRC volgens zichzelf wel genoodzaakt te waarschuwen. En als dan blijkt dat dit niet klopt, doet NRC er alles aan om die pijler toch overeind te houden. Los daarvan blijkt wel dat de ombudsman en de journalisten van de krant in elk geval niet op één lijn zitten en dat NRC hier dus tegenstrijdige en daarmee onbetrouwbare informatie heeft verspreid. 

(1) https://nl.wikipedia.org/wiki/Cancelcultuur

Comments are closed.
* required

This is a unique website which will require a more modern browser to work! Please upgrade today!