reactie chef onderzoeksgroep NRC

Enkele dagen geleden schreef ik Wubby Luyendijk aan, chef van de onderzoeksgroep van NRC. Luyendijk geeft in een reactie toe nauw betrokken te zijn geweest bij het artikel over de kunstenaar. Deze wordt in NRC met naam en toenaam beschuldigd van grensoverschrijdend gedrag.   

Luyendijk: Het klopt dat ik nauw betrokken ben geweest bij het onderzoek en de publicatie van het door u bekritiseerde artikel. 

Op 24 november vond er in Het Nationale Theater een panelgesprek plaats rond het artikel in NRC. Daar gaf Lucette ter Borg aan dat Luyendijk als chef van de onderzoeksgroep van NRC betrokken was bij de totstandkoming van de publicatie. Bijvoorbeeld bij het toewijzen van Carola Houtekamer als co-auteur.  

Luyendijk: Maar anders dan u ben ik geenszins van mening dat de onderzoeksverslaggevers zich schuldig hebben gemaakt aan een tunnelvisie en zij hun onderzoek zijn begonnen met het uitgangspunt dat de kunstenaar schuldig is.

Luyendijk claimt hier dat de journalisten het onderzoek niet zijn begonnen vanuit het standpunt dat de kunstenaar schuldig is. Toch geven de journalisten in het panelgesprek in Het Nationale Theater aan dat zij alle beschuldigingen hebben onderzocht en opgeschreven en die uiteindelijk maanden later – twee weken voor de publicatie zoals Luyendijk aangeeft – voor het eerst hebben voorgelegd aan de kunstenaar. Er is dus uitsluitend onderzocht of de beschuldigingen tegen de kunstenaar onderbouwd konden worden of niet, zonder deze persoon zelf bij het proces te betrekken. 

Luyendijk: Ik begrijp dat u hierover ook hebt gecorrespondeerd met de auteurs en de ombudsman. Ik schaar mij volledig achter hun standpunt. 

Het klopt dat ik via mail gecorrespondeerd heb met de ombudsman van NRC. En met de twee journalisten via sociale media, zoals Twitter en Facebook. De standpunten van deze drie personen zijn divers en een aantal daarvan weersproken door het Openbaar Ministerie. Sommige zijn pertinent onwaar gebleken en een enkele zelfs gerectificeerd door NRC. Achter welke standpunten schaart Luyendijk zich nu precies?

Luyendijk: En wil daarbij nog benadrukken dat alle vermelde aantijgingen los van elkaar zijn onderzocht en geverifieerd. We hebben er in dit geval bewust voor gekozen om de betrokken vrouwen en mannen te anonimiseren vanwege het gewelddadige karakter van hun belager. 

Luyendijk houdt er zelf duidelijk geen rekening mee dat de kunstenaar onschuldig zou kunnen zijn. De kunstenaar is een belager met een gewelddadig karakter. In Nederland is iemand pas schuldig als een rechter dit in een vonnis heeft uitgesproken, daar gaat Luyendijk niet over.

Luyendijk: De kunstenaar is twee weken voor publicatie meerdere malen om wederhoor gevraagd.

Maar alleen om de kunstenaar de beschuldigingen voor te houden van strafbare feiten, terwijl het onderzoek door Justitie tegen hem al liep. In hoeverre was de kunstenaar daadwerkelijk in staat hierop te reageren?

Luyendijk: En ja, in dit geval kozen we ervoor de beeldend kunstenaar bij naam te noemen. Hiertoe hebben we besloten na intensief overleg met de advocaat van de krant. 

Luyendijk zegt toe dat de jurist van NRC het artikel groen licht heeft gegeven. 

Luyendijk: Hij is een publieke persoonlijkheid die volop in de belangstelling staat, door nominaties voor prijzen, aankopen door musea en andere instellingen. 

Sinds wanneer is in de belangstelling staan voldoende om iemand publiekelijk te veroordelen? Hier spreekt Luyendijk de eigen NRC Code tegen, het stijlboek van de krant. Luyendijk lijkt de termen publiek figuur en bekend figuur door elkaar te halen. De NRC Code zegt hierover: “Problemen in de privésfeer van publieke personen (dat wil zeggen functionarissen, niet: Bekende Nederlanders) kan voor NRC relevant worden wanneer ze een rol spelen in hun publieke functioneren, niet als op zichzelf staand nieuws.” Het gaat hier dus om personen die een door de overheid betaalde en bepaalde functie hebben, waarin iemand het publiek vertegenwoordigt. Die functie heeft de kunstenaar niet.

Luyendijk: Daarnaast exposeert de betrokkene steevast met twee andere kunstenaars, als trio. Ook om deze andere kunstenaars niet in diskrediet te brengen, zagen wij ons genoodzaakt de naam van de kunstenaar noemen.

Deze cirkelredenering is hier reeds ontkracht. Voor het artikel in NRC had het geen meerwaarde om te benoemen dat de kunstenaar onderdeel uitmaakte van een trio. De ‘noodzaak’ die Luyendijk hieraan verbindt heeft NRC dus zelf gecreëerd.

Luyendijk: Wat betreft uw opmerkingen over het Openbaar Ministerie: meldingen over het grensoverschrijdend gedrag van de betrokken kunstenaar liggen al bij de politie sinds 2013 – ruim voordat NRC aan het journalistieke onderzoek begon – aangiften liggen er sinds twee jaar. We hebben via de woordvoerder van het OM begrepen dat begin januari over het al dan niet vervolgen van de kunstenaar een besluit wordt genomen.

Deze opsomming zegt nog steeds niets over de eventuele invloed van de publicatie in NRC op de loop der gebeurtenissen. Een krant als NRC kan beweren dat die invloed er is geweest, maar dan moet dit wel aangetoond worden. Dat is tot nu toe niet gebeurd. Hier herhaalt Luyendijk opnieuw de claim die het Openbaar Ministerie meermaals heeft weersproken en die de Ombudsman van de krant eerder al heeft rechtgezet.

Luyendijk: Zodra er nieuwe feiten over de zaak te melden zijn kunt u erop vertrouwen dat wij die in onze kolommen zullen vermelden.

Dit is aantoonbaar onjuist. Zo is bijvoorbeeld voor het versturen van deze mail door Luyendijk nog niet in NRC vermeld dat de kunstenaar advocaat Peter Plasman in de arm heeft genomen. Ook staat er niets in de krant over de felle kritiek van Plasman op NRC. De reacties van het OM op de eerste publicatie, op Twitter bijvoorbeeld, heeft NRC ook niet gepubliceerd. Er is tot op heden zelfs geen enkel punt van kritiek op het artikel, zoals die van de oud-chef kunst van NRC, in de krant verschenen. 

Comments are closed.
* required

This is a unique website which will require a more modern browser to work! Please upgrade today!