Gisteren verscheen in NRC een stuk met de ronkende kop ‘Hoe een kunstenaar carrière maakt onder aanhoudende beschuldigingen van aanranding en verkrachting’. Met de kop geeft de krant de insteek aan van het artikel, namelijk dat het niet hoofdzakelijk zou gaan om de kunstenaar persoonlijk, maar om de kunstwereld die jarenlang grensoverschrijdend gedrag zou hebben gedoogd en zelfs beloond. Ik schrijf al tijden over de sektarische en incestueuze kunstwereld, maar zelfs ik was geschokt. Zo ben ik het stuk dan ook gaan lezen: met als doel onweersproken bewijs aan te treffen voor wat NRC hier claimt. 

Dat bewijs bleef uit. Wel staat het zes pagina’s lange stuk vol met de meest misselijkmakende passages over ellende die zich tussen de kunstenaar en diens partners had voltrokken. Hoofdzakelijk in de privésfeer. 

Er zijn aangiftes gedaan tegen de kunstenaar, die vooralsnog echter niet geleid hebben tot een veroordeling. En precies daarom rijst de vraag of het kunstinstellingen aangerekend kan worden niet te zijn ingegaan op wat NRC zelf ‘aanhoudende beschuldigingen’ noemt. Wat kan een kunstinstelling daar in de praktijk mee? Het zou de persoon in kwestie kunnen vragen of de beschuldigingen kloppen, wat een deel van de kunstinstellingen ook gedaan heeft. Maar als diegene dit ontkent en zich kan beroepen op het feit nooit ergens voor veroordeeld te zijn, wat kun je als kunstinstelling dan verder nog? Wat NRC suggereert is dat kunstinstellingen beschuldigingen serieus hadden moeten nemen die politie en justitie tot dan toe niet hadden willen onderzoeken. 

Het alarmistische verhaal in NRC is dus uiteindelijk niet meer dan een verslag van de beschuldigingen. Uit niets blijkt dat wat dit aangaat er een structureel probleem zou zijn binnen de kunstwereld, zoals de krant suggereert. Dat de persoon in kwestie kunstenaar is voegt zelfs niets toe aan het verhaal. Toch framet NRC het zo dat het iets aan de kaak stelt wat veel zou zeggen over dit vakgebied. Met als gevolg imagoschade voor alle kunstinstellingen en kunstenaars.

__

Wat mij verder opviel in het stuk:

“Julian Andeweg wil geen vragen beantwoorden.”

NRC heeft niet met de kunstenaar zelf gesproken. Er is geen wederhoor gepleegd. 

“En over dat oogappeltje wil ze geen kritiek horen.” ~  “De moeder van Andeweg reageert niet op contactverzoeken.”

De moeder van de kunstenaar wordt aangehaald als iemand die haar zoon beschouwt als oogappel, die niets verkeerd kan doen. En wordt daarmee door NRC neergezet als wegkijker. Aan het slot van het artikel geeft de krant toe de moeder niet gesproken te hebben.

De beschuldigingen omvatten – voor zover NRC kan vaststellen – een periode van 14 jaar.

NRC noemt alle verhalen over de kunstenaar beschuldigingen en niet strafbare feiten. Logisch ook, de krant zou juridische problemen riskeren als een rechtbank diegene hierop nog niet veroordeeld heeft.  

__

En verder:

De kunstinstellingen die te maken hebben gehad met de kunstenaar en reageren in NRC geven allemaal aan niet geweten te hebben van grensoverschrijdend gedrag, Dit zou onwaar kunnen zijn, maar NRC heeft dat niet aangetoond. Een aantal instellingen heeft wel beschuldigende verklaringen ontvangen en de kunstenaar hierop bevraagd, maar vond net als NRC geen bewijzen. 

De kunstinstelling die de kunstenaar het langst en meest gesponsord heeft, het Mondriaan Fonds ter waarde van 88.000 euro, is de enige betrokken partij die niet door NRC om een reactie gevraagd is. Het Mondriaan Fonds is, tijdens het publiceren van dit stuk, de enige van de genoemde instellingen die nog niet publiekelijk heeft gereageerd en blijft dus dankzij NRC buiten schot. 

Kunstenaars zijn behalve collega’s ook concurrenten van elkaar, zodat jaloezie en ergernis onderling altijd op de loer liggen. Een deel van de bronnen van NRC is studiegenoot van de kunstenaar, die volgens de krant bijzonder gewaardeerd werd door docenten en later door bekende galerieën en fondsen. Er bestaat dus voor een deel van de bronnen een persoonlijk motief om de kunstenaar in diskrediet te brengen. NRC had moeten aantonen dat dit geen rol heeft gespeeld. 

__

Update 14 november 2020:

Een breed gedeelde misvatting is dat dankzij NRC de zaak bij Justitie aan het rollen is gebracht. Ombudsman van NRC Sjoerd de Jong reageerde op mijn mail hierover en belooft in zijn antwoord zijn stuk “NRC volgde de Amerikaanse methode met #MeToo – maar niet helemaal” van 7 november te rectificeren. Enkele dagen verder en na publicatie van een nieuw stuk in NRC waarin de Ombudsman hier niet op terugkomt, publiceer ik hier de mailwisseling.*

Mijn mail:

“Beste Sjoerd, 

In je stuk van 7 november m.b.t. het artikel over Andeweg schrijf je dat onderzoek door NRC Justitie tot actie aanspoorde. Dat wordt gepresenteerd als de rechtvaardiging voor het artikel, als het grotere maatschappelijk belang. Later herhaal je dit: “Dit is een verhaal over een jarenlange misstand die vergeefs bij de autoriteiten werd aangekaart.” Vreemd, want volgens mijn bron was het onderzoek al van start gegaan toen een van de slachtoffers NRC benaderde. 

Mijn bron: “Haa Nelle, ik hoop dat het goed gaat! Ik zag net je reactie op twitter voorbij komen ivm het artikel over juliaan andeweg. Ik beschouwde hem op de Rijks als vriend, maar ken een van de vrouwen in het artikel; omdat het politieonderzoek nog minimaal een jaar zou duren, stapte een van de vrouwen naar de krant.”

Dit strookt met het feit dat nergens in het artikel duidelijk wordt hoe NRC Justitie heeft aangespoord tot handelen. Toch beweer je dat dit het geval is in je stuk van 7 november. 

Graag een verklaring hiervoor, want wat NRC en mijn bron aangeven m.b.t. de tijdlijn komt niet met elkaar overeen.  

Met vriendelijke groeten,

Nelle Boer 

www.nelleboer.nl

Screenshot van de mail:

De reactie van de NRC Ombudsman:

“Beste Nelle Boer,

Dank voor je reactie.

Inderdaad, dit klopt niet – en zal ik corrigeren.

Het artikel meldt dat “tot de zomer” door Justitie na enkele aangiftes geen concrete actie werd ondernomen; het onderzoek van de verslaggevers begon ook rond die tijd. Hoe de volgorde in data precies is geweest is onduidelijk, ook wat telt als beginpunt van “onderzoek”. Duidelijk is wel dat het niet de publicatie in NRC was die Justitie tot actie aanspoorde, zoals in mijn stuk staat. Dus dat zet ik recht.

Aan het maatschappelijk belang van het stuk doet dat in mijn ogen niet af; zie ook de passsages in het stuk over aangiftes die werden ontmoedigd en de ruimdenkendheid waarop de kunstenaar soms kon rekenen.

Met vriendelijke groet,

Sjoerd de Jong

Ombudsman NRC”

Screenshot van de mail:

  • * Hiermee was ik iets te voorbarig. Uit een tip bleek dat NRC hier wel degelijk aandacht aan besteedde in de krant van 14 november, dat heb ik over het hoofd gezien.

__

Update 20 november 2020:

In het artikel in NRC getiteld Directeur Arno van Roosmalen weg bij kunstinstelling ‘Stroom’ van 20 november wordt over de kunstenaar gesproken als ware deze reeds veroordeeld, terwijl hij op dat moment zelfs nog niet vervolgd werd:

Dat dit niet correct is werd door een van beide journalisten ook beaamd op Twitter:

En vervolgens aangepast door NRC:

Update 25 november 2020:

Op 24 november 2020 organiseerde NEST een debat rondom het artikel in NRC. Een van de punten die naar voren komt is het belonen en mede mogelijk maken van grensoverschrijdend gedrag binnen de kunstsector. De hoofdsponsor van de beschuldigde kunstenaar, het Mondriaan Fonds, heeft ook NEST, een van de gasten, een van de aanwezige journalisten van NRC en het debat zelf gesponsord:

This is a unique website which will require a more modern browser to work! Please upgrade today!