Christian Brod – interview neef Otto Brod

 

Ook in Berlijn is de vondst van het werk van Christian Brod niet onopgemerkt gebleven. De Duitse journalist Friedrich Schilling had onlangs een interview met Otto Brod. Lokaal 4 publiceert hier dit interview ter begeleiding van de tentoonstelling die binnenkort in De Observant en Lokaal 4 in Amersfoort plaatsvindt.

BERLIJN

Berlijner Otto Brod stond aan de grond genageld toen hij de nalatenschap van zijn oom Christian op diens zolder aantrof: een reeks schilderijen en satirische prenten van nazi-kopstukken. Het meest in het oog springt een naakt van Eva Braun, de maîtresse van Adolf Hitler.
Na zijn opmerkelijke vondst heeft Otto Brod alles in het werk gesteld om te achterhalen wie zijn oom was en welke rol hij speelde in kringen van de nazi’s. Daartoe had hij onder meer de dagboeken van Christian Brod tot zijn beschikking. Vanaf vrijdag 5 april exposeert Brod het geruchtmakende werk in Amersfoort.
Otto Brod mijdt de publiciteit. Voor één keer doorbreekt hij zijn stilzwijgen om aandacht voor de expositie te genereren. Het gesprek vindt twee maanden voor de opening plaats in een café in Berlijn Mitte, op vijf minuten lopen van het metrostation. Ze serveren er verrukkelijke Sauerkraut met Eisbein en Berliner Wurst. Brod, een kleine man met blauwe ogen in een ovalen gezicht en de mond van een droevige clown, houdt het bij koffie. Hij komt nerveus over, maar weet precies wat hij wil: het werk van zijn oom in de juiste context plaatsen.

Wat ging er door u heen toen u de doeken van uw oom zag?

,,Ik wist op dat moment nog niet wat ik in handen had. Het was voor mij vooral een bevestiging van wat mijn familie altijd had beweerd. Oom Christian was beeldend kunstenaar. Ik had nooit eerder iets van hem gezien. Deze werken waren ernstig beschadigd, ik heb ze pas later, toen ik over de eerste schrik heen was, grondig bekeken. Vervolgens heb ik ze laten onderzoeken door een taxateur, die weliswaar niets over de waarde kon zeggen, maar wel zeker wist dat ze in de Tweede Wereldoorlog zijn gemaakt. Dat leidde hij af uit de conditie waarin ze verkeerden. Bovendien is vast komen te staan dat hij verf van IG-Farben heeft gebruikt. Dat type raakte na de oorlog in onbruik.”

Explosief materiaal…

,,Ik kan daar moeilijk iets zinnigs over zeggen. Natuurlijk besef ik dat afbeeldingen van personen en gebeurtenissen in de oorlog gevoelig kunnen liggen. Ik geloof echter stellig dat mijn oom het nazidom juist op zijn bescheiden manier veroordeelde en belachelijk maakte. Als nazaat mag ik daar best trots op zijn.”

Hoe kunt u zeker weten dat hij stil verzet pleegde tegen de nazi’s.

,,Op elk werk staat, heel onopvallend, nein. En de satirische prenten heeft hij niet in opdracht getekend, het is vrij werk dat de nazi’s nooit hebben gezien. Daarom noem ik hem ook de Neinkuenstler.”

Zijn er bewijzen dat hij daadwerkelijk in opdracht van de nazi’s werkte?

,,Bij het opruimen van het huis van mijn oom heb ik een aantal financiële documenten gevonden. Daaruit blijkt dat hij zakelijke betrekkingen had met enkele vooraanstaande nazi’s. Er is een kopie van een rekening van hem, geadresseerd aan Hitler. Er staat ook een door mijn oom ontworpen logo op.”

Hoe is hij de dans ontsprongen?

,,Over zijn vlucht tast ik nagenoeg in het duister. De dagboeken verkeren in slechte staat en zijn nauwelijks te ontcijferen. Ik kon er wel uit opmaken dat hij in 1944 Berlijn heeft verlaten.”

Hoe financiert u de restauratie van het Braunportret, uw onderzoek en de tentoonstelling in Amersfoort?

,,Het wordt grotendeels betaald uit de erfenis. Ik heb zijn woning verkocht. De opbrengst is toereikend voor dit project. Bovendien stelt Ron Jagers de expositieruimten gratis ter beschikking.”

U noemt Ron Jagers, kunstenaar en galeriehouder in Amersfoort. Waarom heeft u hem in de arm genomen?

,,Wij troffen elkaar in een kroeg in de Regattastrasse, toevallig ook de plek waar mijn oom Eva Braun leerde kennen. De Regattastrasse werd in opdracht van Hitler aangelegd in verband met de Olympische Spelen van 1936. Ik raakte daarover in gesprek met Ron. Het werd mij duidelijk dat Ron al voor de val van de Muur zeer regelmatig in Berlijn kwam en daar in het kunstenaarscircuit belandde. Het klikte tussen ons. Ron heeft hele ruime denkbeelden over beeldende kunst, hij denkt nooit zwart-wit, maar zoekt altijd de nuance. Bovendien haalt Ron, zo vertelde hij mij, wel vaker Berlijnse kunst naar Amersfoort. ,,Dit moet je aan de wereld laten zien,” zei hij. Ik durf het nog niet aan om het in Duitsland te tonen, laat ik het eerst maar eens in Nederland proberen. En Ron heeft alle expertise in huis om een expositie te organiseren.”

Nog even terug naar dat portret van Braun. Waarom stond dat op zolder? Heeft hij het nooit verkocht aan zijn opdrachtgever of is het een studie?

,,Daar moet ik naar gissen. Misschien durfde Eva het toch niet aan om het aan te schaffen en vond ze het te expliciet. Wie weet hoe Hitler erop zou hebben gereageerd? Mijn oom heeft blijkbaar zijn uiterste best gedaan om de schilderijen zowel te bewaren als te verstoppen. Hij kon er niet van scheiden, maar er ook niet meer naar kijken, vermoed ik. Van zijn huishoudster begreep ik dat hij de laatste twintig jaar van zijn leven slecht kon lopen en nooit meer de trap naar de zolder op is geweest. Een kunstkenner legde mij uit dat het Braunportret geen studie is, maar eerder een onvoltooid schilderij. Overigens is dit stuk nog braaf vergeleken met de spotprenten van mijn oom. Op één daarvan laat hij Hitler copuleren met de aardbol.”

Wat bent u nog meer over uw oom te weten gekomen?

,,Hij was een eenzaam mens, op zijn begrafenis verscheen niemand op mij na en ik heb hem nota bene nooit in levende lijve ontmoet. Ik ben er toch heengegaan uit piëteit met een bloedverwant. Ik betreur het dat hij geloofde dat zijn familie hem nooit meer wilde zien, alsof hij zich schaamde voor wat hij in de oorlog heeft gedaan. Beschouwde hij zich als het zwarte schaap? Ik weet het niet, ik vrees dat veel vragen over zijn leven onbeantwoord zullen blijven, hij was immers na de oorlog uit beeld verdwenen en moet als een kluizenaar hebben geleefd.”

Volgen na Amersfoort nog meer exposities?

,,Laat ik eerst maar eens de reacties afwachten. Ik zou het geweldig vinden als het werk ook in Duitsland te zien zal zijn, al moet ik daarvoor dan wel de financiering rond krijgen. Wie weet kan Ron mij hiermee ook helpen, hij heeft tenslotte veel contacten in de Berlijnse kunstscene.”

Wat doet u uiteindelijk met het materiaal? Houdt u het in bezit?

,,Het werk van mijn oom is uniek, ik zou het ideaal vinden als een museum het zou aankopen, niet voor het geld, maar omdat daarmee voor iedereen zichtbaar blijft hoe een Duitse kunstenaar met de hete adem van de nazi’s in zijn nek toch op een bijzondere manier protesteerde tegen dat vreselijke regime.”

Bent u er straks bij in Amersfoort?

,,Ik heb begrepen dat ik een korte toespraak mag houden. Daar zie ik eerlijk gezegd wel een beetje tegenop, ik verwacht dat er veel pers bij zal zijn, hoe je het wendt of keert, ook in Nederland blijft nazi-Duitsland een beladen onderwerp. Ach, Ron heeft vaker met dat bijltje gehakt, hij zal mij er wel doorheen slepen.”

Het interview zit erop, Otto Brod oogt vermoeid, het zweet staat op zijn voorhoofd. Met opgetrokken schouders en lichtgebogen hoofd loopt hij in de richting van het metrostation. Toch had hij een paar minuten voor zijn vertrek nog gezegd dat hij zich verheugt op de tentoonstelling in Amersfoort. ,,Eindelijk kan ik deze wonderlijke vondst met het publiek delen, het is niet te doen om dit alleen voor jezelf te houden.”

Berlijn, december 2012.
Friedrich Schilling.

 

Het interview met Otto werd op 11 maart 2013 gepubliceerd op de website van Lokaal4.
Comments are closed.
* required

This is a unique website which will require a more modern browser to work! Please upgrade today!